Landschap
- Veenweidelandschap
- Veenplassen- en petgatenlandschap
- Slagenlandschap
- Flora en fauna
- De Wierickes
- Breevaart
Veenweidelandschap
Het hele gebied van de gemeente ligt enkele meters beneden NAP op een dikke tot zeer dikke veenlaag bovenop een harde ondergrond van zand. Her en der doorbreken dunne laagjes zand en klei het veenpakket. Het hele gebied is zeer waterrijk, in de vorm van veenriviertjes, kanalen, plassen en poelen. Verspreid in het open gebied komen veel geriefhoutbosjes voor, en op de kaden treffen we veel struikvormige begroeiing aan. Wegen en polders vormen een landschappelijk geheel met contrasten tussen beslotenheid en uitzichten tot over enkele kilometers. Het geheel behoort tot het Zuidhollands/Utrechts veenweidegebied.
In het Reeuwijkse deel ervan onderscheiden we twee landschapsoorten die kenmerkend zijn voor een veenweidegebied. Centraal in de gemeente ligt het zogeheten 'veenplassen- en petgatenlandschap', er omheen het 'slagenlandschap'.
In het Reeuwijkse deel ervan onderscheiden we twee landschapsoorten die kenmerkend zijn voor een veenweidegebied. Centraal in de gemeente ligt het zogeheten 'veenplassen- en petgatenlandschap', er omheen het 'slagenlandschap'.
Veenplassen- en petgatenlandschap
Ontstaan door de winning van turf. Bestaat uit verschillende plassen en enkele kleine poelen (de 'petgaten'), waartussen smalle stroken land met bebouwing zijn overgebleven. Het plassengebied heeft een grote afwisseling in ruimtematen. Daarbij is de rechthoekige vorm een kenmerkende gemeenschappelijke eigenschap. Beeldbepalend zijn de lintbebouwing met erfbeplanting, de wegbeplanting en struiken en bomen op de resten van de smalle stroken land waarop de turfmakers hun bagger tot turf lieten drogen, de zogeheten "zetwallen". Ook de eilanden in de plassen zijn een overblijfsel van de turfwinning.
De begroeiing van het gebied is zo dicht dat de kerktoren van Sluipwijk, het karakteristieke front van Gouda en anderzijds het front van het Bodegraafse bedrijventerrein Broekvelden slechts zeer plaatselijk te zien zijn.
Sinds het einde van de turfwinning in de jaren twintig heeft het gebied naast de woonfunctie vooral een recreatieve functie gekregen. Verder kent het gebied belangrijke natuurwaarden. Het is ook het werkterrein van enkele beroepsvissers, gericht op de palingvangst.

Natuurgebieden
De begroeiing van het gebied is zo dicht dat de kerktoren van Sluipwijk, het karakteristieke front van Gouda en anderzijds het front van het Bodegraafse bedrijventerrein Broekvelden slechts zeer plaatselijk te zien zijn.
Sinds het einde van de turfwinning in de jaren twintig heeft het gebied naast de woonfunctie vooral een recreatieve functie gekregen. Verder kent het gebied belangrijke natuurwaarden. Het is ook het werkterrein van enkele beroepsvissers, gericht op de palingvangst.
Natuurgebieden
De meer oostelijk gelegen plassen zoals Nieuwenbroek, Kalverbroek, Roggebroek en Ravensberg zijn als natuurgebied bewaard gebleven. We treffen er vele soorten watervogels aan die er hun voedsel zoeken en/of broeden. Om de natuur zich ongestoord te laten ontwikkelen geldt op enkele gedeelten van deze plassen dan ook een vaarverbod voor motorboten.
Eilanden en oevers De grens van land en water draagt niet alleen bij tot de aantrekkelijkheid van het gebied, maar zijn ook wijkplaatsen voor de natuur. De eilanden van vroeger waren vrij kaal, bomen kwamen er nauwelijks op voor. In de brede rand van riet en lisdodde broedden vele paren watervogels. Helaas zijn veel rietkragen en lisdoddenvelden verdwenen uit het plassengebied.
Naast de toegenomen recreatiedruk in de vorm van vele boten heeft ook het veranderde gebruik van veel eilanden en vaste oevers hiermee te maken. Zo hebben siertuinen de moestuinen en graslandjes vervangen en deden allerlei, op zich heel fraaie, uitheemse bomen hun intrede. Opgroeiende bomen zetten het riet in de schaduw. Riet kan daar slecht tegen en verdwijnt op den duur. Daarmee verdwijnen niet alleen de in het riet broedende vogelsoorten, maar ook de beschermende kragen om de oevers. Om het riet weer terug te krijgen, en dus de daarin broedende vogels, is het regelmatig terugdringen van hout op de oever en op de eilanden, en waar nodig het aanbrengen van beschoeiingen op natuurlijke wijze van groot belang. Riet moet wel elke winter worden afgemaaid om haar vitaliteit te bewaren.
Beheer Naast de toegenomen recreatiedruk in de vorm van vele boten heeft ook het veranderde gebruik van veel eilanden en vaste oevers hiermee te maken. Zo hebben siertuinen de moestuinen en graslandjes vervangen en deden allerlei, op zich heel fraaie, uitheemse bomen hun intrede. Opgroeiende bomen zetten het riet in de schaduw. Riet kan daar slecht tegen en verdwijnt op den duur. Daarmee verdwijnen niet alleen de in het riet broedende vogelsoorten, maar ook de beschermende kragen om de oevers. Om het riet weer terug te krijgen, en dus de daarin broedende vogels, is het regelmatig terugdringen van hout op de oever en op de eilanden, en waar nodig het aanbrengen van beschoeiingen op natuurlijke wijze van groot belang. Riet moet wel elke winter worden afgemaaid om haar vitaliteit te bewaren.
Een deel van het beheer van de natuur valt onder de verantwoordelijkheid van het Natuur- en Recreatieschap Reeuwijkse Plassen en omgeving. Maar het is hier zeker op zijn plaats om ook de vele vrijwilligers te noemen van de werkgroep Vrijwillig Landschapsbeheer van IVN afdeling IJssel & Gouwe en van Vrijwillig Natuurbeheer Reeuwijk die vele grotere en kleinere eilanden in onderhoud hebben
Slagenlandschap
Het landschap rondom het plassengebied bestaat uit vlakke open polders, doorsneden door lintvormige patronen van wegen, kaden en watergangen. Lange, smalle kavels weiland met daartussen soms brede sloten staan haaks op deze linten. Een dergelijk landschap heet 'slagenlandschap'.
De linten zijn zeer gevarieerd van uiterlijk. Naast boerderijen liggen boomgaarden, woonhuizen, enkele akkertjes en kleine bosjes. Vooral in Driebruggen en Waarder is het oude slagenlandschap, daterend uit de Middeleeuwen, nog grotendeels intact, slechts doorsneden door de rijksweg A12, de spoorlijn Gouda-Woerden en de Groendijck, de nieuw aangelegde verbindingsweg tussen Driebruggen en Waarder.
Het poldergebied rondom Reeuwijk-Dorp is zodanig open, dat de toren van de parochiekerk van HH Petrus en Paulus op veel plaatsen goed zichtbaar is. In het gebied ten noorden van de plassen is met name de bebouwing van het Bodegraafse bedrijventerrein Broekvelden het einde van het uitzicht. In oostelijke richting begrenst het lange, vrij dichtbebouwde en begroeide lint van Laag- en Hoogeind in Driebruggen het uitzicht. Rondom Waarder domineert de toren van de Hervormde kerk het landschap.
Driebruggen en Waarder De linten zijn zeer gevarieerd van uiterlijk. Naast boerderijen liggen boomgaarden, woonhuizen, enkele akkertjes en kleine bosjes. Vooral in Driebruggen en Waarder is het oude slagenlandschap, daterend uit de Middeleeuwen, nog grotendeels intact, slechts doorsneden door de rijksweg A12, de spoorlijn Gouda-Woerden en de Groendijck, de nieuw aangelegde verbindingsweg tussen Driebruggen en Waarder.
Het poldergebied rondom Reeuwijk-Dorp is zodanig open, dat de toren van de parochiekerk van HH Petrus en Paulus op veel plaatsen goed zichtbaar is. In het gebied ten noorden van de plassen is met name de bebouwing van het Bodegraafse bedrijventerrein Broekvelden het einde van het uitzicht. In oostelijke richting begrenst het lange, vrij dichtbebouwde en begroeide lint van Laag- en Hoogeind in Driebruggen het uitzicht. Rondom Waarder domineert de toren van de Hervormde kerk het landschap.
In het oostelijk deel van de gemeente vindt over nog veel veeteelt plaats, voornamelijk melkveehouderij, in mindere mate schapen- en varkenshouderij. Daar waar boeren geen opvolger hebben voor hun bedrijf valt het meestal in tweeën uiteen: de boerderij wordt apart verkocht als woning, het land gaat over in handen van een omwonende boer. De houtwallen, bosjes, sloten en kaden vervulden in het verleden een specifieke rol in het agrarische bedrijfssysteem. De sloten dienden voor de ontwatering en als transportweg, meestentijds bevaren met schouwen. De bosjes nabij de boerderijen, de zogeheten 'geriefhoutbosjes', leverden het vele hout dat nodig was, uiteraard stookhout maar ook gereedschapsstelen en hekpalen. De dunne twijgen werden gebruikt voor natuurlijke beschoeiingen, daar waar nodig. Veel van de oude landschapselementen zijn nog aanwezig, waardoor het karakter van dit type veenweidegebied voor een groot deel in stand is gebleven.
Reeuwijk-Dorp en Tempel In iets mindere mate geldt hetzelfde voor westelijk deel van de gemeente. Ook hier werd in het verleden turf gewonnen, maar de daardoor ontstane plassen zijn in de negentiende eeuw weer drooggemaakt. Dat verklaart ook de opmerkelijke hoogteverschillen in het landschap. Het oorspronkelijke slagenlandschap is hier dan ook wat minder herkenbaar dan in de omgeving van Driebruggen en Waarder. In deze omgeving zien we naar het westen toe naast veehouderijbedrijven ook boomkwekerijen en tuindersbedrijven.
Tenslotte vervullen de wegen, kaden en waterlopen een belangrijke functie voor de vrijetijdsbesteding van de inwoners en van velen uit de regio.
Tenslotte vervullen de wegen, kaden en waterlopen een belangrijke functie voor de vrijetijdsbesteding van de inwoners en van velen uit de regio.
Flora en fauna
Beide landschappen hebben in de loop der jaren hun eigen flora en fauna ontwikkeld. Hoewel de mens het landschap in feite zelf heeft 'gemaakt' door ontginning, turfwinning of 'vervening' en agrarisch gebruik, heeft de natuur ook zijn eigen weg gevolgd. Het voert te ver om een opsomming te maken van alles wat er aan bijzondere zaken te vinden is. Het plassengebied is hèt broed- en voedselterrein voor vele soorten watervogels, de polderweilanden voor weidevogels, de geriefbosjes voor roofvogels. In de slootkanten krijgen vele soorten wilde planten de kans. Verder heeft ook het geriefhout een opvallend rijke flora en fauna.
De Wierickes
Twee in de Middeleeuwen handmatig gegraven watergangen, de Enkele en de Dubbele Wiericke, begrenzen de kavels in de polder Lange Weide rondom Driebruggen. Beide verbinden de Oude Rijn en de Hollandsche IJssel met elkaar. Deze watergangen zijn belangrijk voor de waterhuishouding van het gebied. In vroeger dagen waren ze als onderdeel van de Hollandse Waterlinie ook van belang als verdedigingswerk.
Breevaart
Een derde, eveneens in de Middeleeuwen handmatig gegraven watergang, de Breevaart, liep voor de aanleg van rijksweg A12 van de Hollandsche IJssel in Gouda via Reeuwijk-Brug tot bijna aan de Oude Rijn in Bodegraven. De vaart is uiteraard belangrijk voor de waterhuishouding, maar tot in de jaren vijftig van deze eeuw werd hij ook intensief gebruikt voor transport over water.