Klik  op de microfoon om

de raadsvergadering(en)

 

microfoon klein.jpg

 

terug te luisteren 

 

                                                                                                                                                                                                        

 

 Kijk ook eens bij de buren!

www.bodegraven.nl

Zomerwoningen
  • Beleid inzake het permanent bewonen van zomerwoningen

    Concreet houdt het huidige beleid in, dat diegenen die kunnen aantonen permanent in een recreatiewoning te wonen:

     

    Voor 31 oktober 2003: een persoonsgebonden vrijstelling kunnen aanvragen;

    Tegen het weigeren van de persoonsgebonden vrijstelling staat bezwaar- en beroep open.

     

    Van 1 november 2003 tot 31 december 2007: een persoonsgebonden gedoogbeschikking kunnen aanvragen;

    Wanneer het college niet of afwijzend reageert staat ingevolge de geldende jurisprudentie van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State geen bezwaar en beroep open op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Een eventuele derde belanghebbende kan wel bezwaar- en beroep aantekenen tegen het verlenen van een gedoogbeschikking.

     

    Vanaf 1 januari 2008: er zal worden gehandhaafd, het permanent bewonen van een zomerwoning is niet mogelijk.

     

    Hoofdbewoner

    De persoonsgebonden vrijstelling of gedoogbeschikking wordt verleend aan de hoofd-bewoner. Volgens de toelichting van de minister is dat de persoon die de aangifte doet of gedaan heeft in het GBA of degene die de aanvraag heeft ondertekend. Dit betekent dat alleen een meerderjarig persoon de aanvraag kan doen, en dat men zelf uit zal moeten maken wie de aanvraag doet. Een door twee personen ondertekende aanvraag wordt dus geweigerd. Zodra die persoon de zomerwoning verlaat vervalt de persoonsgebonden vrijstelling of gedoogbeschikking. Bij overlijden kan die niet vererfd worden.  

     

    Wat ging er aan vooraf?

    Tot 1 januari 2008 heeft de gemeente alleen personen, die zich na 1 februari 2005 ingeschreven hebben in het GBA (Gemeentelijke Basis Administratie) op het adres van een recreatiewoning een brief gestuurd, met daarin de mededeling dat men in strijd met het bestemmingsplan handelde. In deze brief werd ook aangegeven dat men daardoor de kans liep dat de gemeente te zijner tijd handhavend zou kunnen gaan optreden. Totaal worden er op basis van inschrijvingen in het GBA 107 zomerwoningen permanent bewoond. Dat is bijna een derde van het totaal van 358 zomerwoningen in Reeuwijk.

     

    Handhavingsbeleid

    Vanaf 1 januari 2008 is gestart met een handhavingsbeleid. Voordat er met een handhavingsbeleid werd gestart, moest bekeken worden wat er met de verschillende groepen bewoners van recreatiewoningen kon c.q. moest gebeuren.

     

    Er waren twee momenten van belang:

    1. de door de minister genoemde datum van 31 oktober 2003, dit is de datum waarop de

        minister haar zomerwoningenbeleid bekend maakte;

    2. het moment dat de gemeente haar handhavingsbeleid bekend heeft gemaakt.

     

    Na de bekendmaking van het handhavingsbeleid ontstonden de drie categorieën 'permanente recreatiewoningbewoners':  

    • diegenen die reeds voor 31 oktober 2003 permanent in een recreatiewoning woonden;
    • diegenen die na 31 oktober 2003 in een recreatiewoning zijn gaan wonen, maar voor de datum dat de gemeente haar handhavingsbeleid bekend maakte;
    • diegenen die na de datum van publicatie van het handhavingsbeleid permanent in een recreatiewoning zijn gaan wonen.

    Zomerwoningenbeleid

    De minister heeft een einde willen maken aan de bestaande rechtsonzekerheid door het ontbreken van een eenduidig zomerwoningenbeleid, en aan de verschillende manieren waarop de gemeentes in Nederland omgingen met het permanent bewonen van recreatiewoningen.

    Hiertoe is aan artikel 20 van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening een nieuw onderdeel toegevoegd. Door de wijziging van dit artikel is het mogelijk geworden om een vrijstelling aan te vragen bij de gemeente.

     

    Artikel 20 BRO luidt (de cursieve teksten zijn toegevoegd zodat de tekst gemakkelijker te begrijpen is):

     

    g. (voor) een wijziging in het gebruik van een recreatiewoning ten behoeve van bewoning (wordt vrijstelling verleend) mits:

    1e de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande

         woning gestelde eisen;

    2e bewoning in elk geval niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de

         Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij gestelde regels of de Reconstructie-

         wet concentratiegebieden;

    3e de aanvrager voor, maar in elk geval op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning

         in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont.

    4de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, wordt uitsluitend verleend ten

         behoeve van de aanvrager en diens meerderjarige huisgenoten die voldoen aan het

         eerste lid, onderdeel g, onder 3e. Zij vervalt in elk geval zodra de in de eerste volzin

         genoemde personen de bewoning hebben  beëindigd.

    5e vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt in elk geval geweigerd, indien de

         verlening in strijd is met door de gemeente op 31 oktober 2003 gevoerd handhavings-

         beleid ten aanzien van het gebruik van recreatiewoningen.